Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
envejecer
01
verouderen
volverse más viejo con el tiempo, experimentar el proceso de envejecimiento
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
envejezco
3e persoon enkelvoud
envejece
onvoltooid deelwoord
envejeciendo
onvoltooid verleden tijd
envejeció
voltooid deelwoord
envejecido
Voorbeelden
La piel comienza a envejecer con la exposición al sol.
De huid begint te verouderen met blootstelling aan de zon.
02
verouderen, rijpen
mejorar el sabor o la textura de un alimento después de un tiempo de reposo
Voorbeelden
El vino envejecerá mejor en la bodega durante meses.
De wijn zal maandenlang beter verouderen in de kelder.



























