Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La cruz
01
kruis, christelijk kruis
símbolo cristiano que recuerda el sacrificio de Jesucristo
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
cruces
Voorbeelden
La cruz está en la iglesia.
02
kruis, merk in de vorm van een X
marca en forma de "X"
Voorbeelden
Haz una cruz en la casilla correcta.
Zet een kruisje in het juiste vakje.
03
munt, achterkant
lado de la moneda opuesto al "sol" o "cara"
Voorbeelden
Salió la cruz al lanzar la moneda.
Cruz kwam bij het opgooien van de munt.



























