Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
contagiar
01
besmetten, overdragen
transmitir una enfermedad a otra persona
Voorbeelden
Lávate las manos frecuentemente para no contagiar gérmenes.
Was uw handen vaak om geen ziektekiemen te verspreiden.
02
besmet raken
adquirir una enfermedad de otra persona o fuente
Voorbeelden
Es fácil contagiarse en lugares concurridos.
Het is gemakkelijk om besmet te raken op drukke plaatsen.



























