Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
confiado
01
zelfverzekerd, vol vertrouwen
que tiene seguridad o confianza en sí mismo o en algo
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
voltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
kwalitatief
overtreffende trap
el más confiado
vergrotende trap
más confiado
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
confiado
mannelijk meervoud
confiados
vrouwelijk enkelvoud
confiada
vrouwelijk meervoud
confiadas
Voorbeelden
Estoy confiado en que todo saldrá bien.
Ik ben vertrouwd dat alles goed zal gaan.
02
naïef, goedgelovig
que confía en los demás con facilidad , sin sospechar malas intenciones
Voorbeelden
Juan es muy confiado y siempre ayuda a los demás sin dudar.
Juan is erg goedgelovig en helpt anderen altijd zonder aarzelen.
03
overdreven zelfverzekerd, verwaand
que tiene demasiada confianza en sí mismo, a veces de manera imprudente
Voorbeelden
Juan es confiado y a veces toma decisiones arriesgadas.
Juan is zelfverzekerd en neemt soms risicovolle beslissingen.



























