Zoeken
ceder
01
passen, overhandigen
entregar la pelota a un compañero durante un juego
Voorbeelden
En el fútbol, debes ceder el balón para avanzar.
In voetbal moet je de bal afstaan om vooruit te komen.
02
opgeven, afstaan
renunciar a algo, permitir que otra persona lo tenga o lo gane
Voorbeelden
Cedió terreno en la negociación.
Hij heeft terrein prijsgegeven in de onderhandeling.
03
overdragen, afstaan
traspasar, entregar o transmitir algo a otra persona
Voorbeelden
Cedió la responsabilidad a su asistente.
Hij droeg de verantwoordelijkheid over aan zijn assistent.



























