Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
El bicho
01
insect, beestje
animal pequeño con seis patas y, a veces, alas
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
dier
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
bichos
Voorbeelden
Hay un bicho en la mesa.
Er is een bicho op de tafel.
02
dier, beest
animal en general
Voorbeelden
Los niños alimentaron a los bichos en la granja.
De kinderen voerden de dieren op de boerderij.
03
stier, mannelijk rund
toro o macho bovino
Voorbeelden
Los bichos pastan en el campo.
De stieren grazen in het veld.



























