Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
autónomo
01
autonoom, onafhankelijk
que funciona o existe por sí mismo, sin depender de otros
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
el más autónomo
vergrotende trap
más autónomo
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
autónomo
mannelijk meervoud
autónomos
vrouwelijk enkelvoud
autónoma
vrouwelijk meervoud
autónomas
Voorbeelden
Su departamento es autónomo en sus decisiones.
Zijn afdeling is autonoom in zijn beslissingen.
02
autonoom, onafhankelijk
que tiene el derecho o poder de gobernarse a sí mismo
Voorbeelden
La ciudad autónoma gestiona sus impuestos.
De autonome stad beheert haar belastingen.
03
zelfstandige, freelancer
que trabaja por cuenta propia, sin ser empleado de una empresa
Voorbeelden
Los autónomos pagan sus impuestos directamente.
Zelfstandigen betalen hun belastingen rechtstreeks.



























