Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
ausentar
01
afwezig zijn, verzuimen
irse o no estar presente en un lugar donde se debería estar
Voorbeelden
Se ausentó del país por motivos de trabajo.
Hij was afwezig in het land om werkredenen.
02
weglaten, uitsluiten
dejar a alguien o algo fuera de un lugar, lista o grupo de manera intencional o por descuido
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
ausento
3e persoon enkelvoud
ausenta
onvoltooid deelwoord
ausentando
onvoltooid verleden tijd
ausentó
voltooid deelwoord
ausentado
Voorbeelden
¿ Por qué ausentaste este dato de la presentación?
Waarom heb je deze gegevens uit de presentatie afwezig gemaakt ?



























