Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
asombrar
01
verbazen, verwonderen
sorprender o causar admiración a alguien
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
asombro
3e persoon enkelvoud
asombra
onvoltooid deelwoord
asombrando
onvoltooid verleden tijd
asombró
voltooid deelwoord
asombrado
Voorbeelden
El talento del joven asombra al público.
Het talent van de jonge man verbaast het publiek.
02
verbazen, verwonderen
sentir sorpresa o admiración por algo inesperado
Voorbeelden
Nos asombramos de la rapidez del cambio.
We verwonderen ons over de snelheid van de verandering.
03
verduisteren, donkerder maken
hacer que algo parezca más oscuro o sombrío
Voorbeelden
El dolor asombra su rostro.
Asombrar verduistert zijn gezicht.



























