Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
advertir
01
adviseren, waarschuwen
aconsejar o avisar a alguien sobre algo para que lo tenga en cuenta
Voorbeelden
Él me advirtió sobre los cambios.
Hij waarschuwde me voor de veranderingen.
02
opmerken, waarnemen
percibir algo a través de los sentidos o darse cuenta de ello
Voorbeelden
No advertí su presencia en la sala.
Ik heb zijn aanwezigheid in de zaal niet advertir.
03
waarschuwen, vermanen
llamar la atención sobre algo o avisar de un peligro o error
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
advierto
3e persoon enkelvoud
advierte
onvoltooid deelwoord
advirtiendo
onvoltooid verleden tijd
advirtió
voltooid deelwoord
advertido
Voorbeelden
Te debo advertir sobre los riesgos.
Ik moet je waarschuwen voor de risico's.



























