abrochar
ab
ˈaβ
ab
ro
ɾo
ro
char
ʧaɾ
char
abroncar

Definitie en betekenis van "abrochar"in het Spaans

abrochar
01

verslaan

(México) ganar o vencer a alguien en un juego o competencia 
abrochar definition and meaning
Voorbeelden
El equipo logró abrochar a sus rivales en el torneo. 

Het team slaagde erin hun rivalen te abrochar in het toernooi.

02

dichtmaken, vastmaken

cerrar o sujetar algo con botones, cierres o hebillas 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
abrocho
3e persoon enkelvoud
abrocha
onvoltooid deelwoord
abrochando
onvoltooid verleden tijd
abrochó
voltooid deelwoord
abrochado
Voorbeelden
Debes abrochar el cinturón de seguridad. 

U moet de veiligheidsgordel vastmaken.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store