Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
gritar
[past form: grité][present form: grito]
01
schreeuwen
producir un sonido fuerte con la voz generalmente por emoción, miedo, enfado o dolor
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
grito
3e persoon enkelvoud
grita
onvoltooid deelwoord
gritando
onvoltooid verleden tijd
grité
voltooid deelwoord
gritado
Voorbeelden
No grites dentro de la biblioteca.
Schreeuw niet in de bibliotheek.



























