Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
prever
[past form: preví][present form: preveo]
01
voorzien, anticiperen
anticipar o conocer algo que ocurrirá en el futuro
Voorbeelden
Es difícil prever cómo reaccionará la gente.
Het is moeilijk te voorspellen hoe mensen zullen reageren.



























