Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
El rival
01
rivaal
persona o equipo que compite contra otra en un deporte, juego o competencia
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
singular
gender specific
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
rivales
mannelijk enkelvoud
rival
vrouwelijk enkelvoud
rival
neutral form
oponente
Voorbeelden
Nuestro rival ganó el partido de ayer.
Onze rivaal won de wedstrijd van gisteren.



























