Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
atacar
[past form: ataqué][present form: ataco]
01
aanvallen
empezar una acción violenta contra alguien o algo
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
ataco
3e persoon enkelvoud
ataca
onvoltooid deelwoord
atacando
onvoltooid verleden tijd
ataqué
voltooid deelwoord
atacado
Voorbeelden
Los manifestantes atacaron el edificio con piedras.
De demonstranten vielen het gebouw aan met stenen.
02
aanvallen
realizar acciones ofensivas para intentar marcar un gol o superar la defensa rival
Voorbeelden
El entrenador enseñó nuevas tácticas para atacar la defensa rival.
De coach leerde nieuwe tactieken om de verdediging van de tegenstander te aanvallen.



























