atacar
Pronunciation
/ˌatakˈaɾ/

Definitie en betekenis van "atacar"in het Spaans

atacar
[past form: ataqué][present form: ataco]
01

aanvallen

empezar una acción violenta contra alguien o algo
atacar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
ataco
3e persoon enkelvoud
ataca
onvoltooid deelwoord
atacando
onvoltooid verleden tijd
ataqué
voltooid deelwoord
atacado
Voorbeelden
Los manifestantes atacaron el edificio con piedras.
De demonstranten vielen het gebouw aan met stenen.
02

aanvallen

realizar acciones ofensivas para intentar marcar un gol o superar la defensa rival
atacar definition and meaning
Voorbeelden
El entrenador enseñó nuevas tácticas para atacar la defensa rival.
De coach leerde nieuwe tactieken om de verdediging van de tegenstander te aanvallen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store