Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
El rostro
01
gezicht, aangezicht
parte delantera de la cabeza donde están los ojos, la nariz y la boca
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
rostros
Voorbeelden
El artista pintó un rostro sonriente.
De kunstenaar schilderde een glimlachend gezicht.



























