Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
El tutor
01
tutor, leraar
persona que enseña o ayuda a otra de manera individual
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
tutores
Voorbeelden
Tengo un tutor que me ayuda con matemáticas.
Ik heb een tutor die me helpt met wiskunde.
02
voogd
persona responsable legalmente de un menor o de alguien incapaz
Voorbeelden
El tutor se aseguró de que el niño recibiera una buena educación.
De voogd zorgde ervoor dat het kind een goede opleiding kreeg.



























