enfadar
en
en
en
fa
fa
fa
dar
ˈðaɾ
dhar
dedicarolvidararrugaracostar

Definitie en betekenis van "enfadar"in het Spaans

enfadar
01

boos worden, zich ergeren

ponerse enojado o molesto 
enfadar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
toestandswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
enfado
3e persoon enkelvoud
enfada
onvoltooid deelwoord
enfadando
onvoltooid verleden tijd
me enfadé
voltooid deelwoord
enfadado
Voorbeelden
Me enfado cuando no me escuchan. 

Ik word boos als ze niet naar me luisteren.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store