soplar
Pronunciation
/sɔplˈaɾ/

Definitie en betekenis van "soplar"in het Spaans

soplar
01

blazen

exhalar aire por la boca o hacer que el viento se mueva
soplar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
soplo
3e persoon enkelvoud
sopla
onvoltooid deelwoord
soplando
onvoltooid verleden tijd
soplé
voltooid deelwoord
soplado
Voorbeelden
Los niños soplaron para hacer volar la cometa.
De kinderen bliezen om de vlieger te laten vliegen.
02

blazen, waaien

mover el aire o el viento con fuerza o suavidad
soplar definition and meaning
Voorbeelden
El viento soplaba durante toda la noche.
De wind blies de hele nacht.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store