el bizcocho
biz
biθ
bith
co
ˈko
ko
cho
ʧo
cho
dieciochoveintiochoocho

Definitie en betekenis van "bizcocho"in het Spaans

01

biscuitgebak, sponscake

pastel esponjoso hecho con huevos, azúcar y harina, que se hornea 
el bizcocho definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
bizcochos
Voorbeelden
Hice un bizcocho de vainilla para el desayuno. 

Ik heb een bizcocho vanille gemaakt voor het ontbijt.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store