navegar
na
na
na
ve
βe
be
gar
ˈɣaɾ
ghar
emigrarcalamaracertarenfocar

Definitie en betekenis van "navegar"in het Spaans

navegar
01

surfen

buscar o explorar información en Internet usando una computadora, teléfono u otro dispositivo 
navegar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
navego
3e persoon enkelvoud
navega
onvoltooid deelwoord
navegando
onvoltooid verleden tijd
navegué
voltooid deelwoord
navegado
Voorbeelden
Me gusta navegar por las redes sociales. 

Ik surf graag op sociale netwerken.

02

zeilen

moverse o desplazarse sobre el agua usando un barco, bote o cualquier embarcación 
navegar definition and meaning
Voorbeelden
Nos gusta navegar en el lago durante el verano. 

We houden ervan om in de zomer op het meer te varen.

03

een reisroute plannen of volgen, navigeren

planificar o seguir una ruta de viaje 
navegar definition and meaning
Voorbeelden
Usa el móvil para navegar por calles desconocidas. 

Gebruikt de mobiele telefoon om door onbekende straten te navigeren.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store