Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
demostrar
[past form: demostré][present form: demuestro]
01
bewijzen
probar que algo es cierto mediante hechos, razones o ejemplos
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
demuestro
3e persoon enkelvoud
demuestra
onvoltooid deelwoord
demostrando
onvoltooid verleden tijd
demostré
voltooid deelwoord
demostrado
Voorbeelden
El estudio demostró los beneficios del ejercicio.
De studie toonde de voordelen van lichaamsbeweging aan.



























