Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
comĂșn
01
frequent, gewoon
que ocurre con frecuencia o de manera habitualÂ
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
el mĂĄs comĂșn
vergrotende trap
mĂĄs comĂșn
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
comĂșn
mannelijk meervoud
comunes
vrouwelijk enkelvoud
comĂșn
vrouwelijk meervoud
comunes
Voorbeelden
Los resfriados son comunes en invierno.Â
Verkoudheden zijn gebruikelijk in de winter.
02
gewoon
que no tiene nada especial o distinto de lo habitualÂ
Voorbeelden
PasĂ© un dĂa comĂșn en el trabajo.Â
Ik heb een gewone dag op het werk gehad.
03
gemeenschappelijk
que pertenece o se aplica a varias personas o cosasÂ
Voorbeelden
Tenemos un amigo comĂșn.Â
We hebben een gemeenschappelijke vriend.



























