Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La marca
01
teken, merk
señal, símbolo o nombre que identifica algo
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
marcas
Voorbeelden
Dejó una marca en la mesa.
Hij liet een vlek achter op de tafel.
02
merk
nombre o símbolo que identifica un producto o empresa
Voorbeelden
La marca del producto es reconocida.
Het merk van het product wordt erkend.



























