Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
solo
01
alleen
indica que algo se limita a lo mencionado, sin incluir otra cosa
grammaticale informatie
niet vergelijkbaar
Voorbeelden
Solo tengo cinco euros.
Ik heb slechts vijf euro.
01
alleen
sin compañía de otras personas
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
el más solo
vergrotende trap
más solo
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
solo
mannelijk meervoud
solos
vrouwelijk enkelvoud
sola
vrouwelijk meervoud
solas
Voorbeelden
Se quedó solo en la sala de espera.
Hij bleef alleen in de wachtkamer.
02
eenzaam, alleen
que siente tristeza por la falta de compañía o afecto
Voorbeelden
Después de la ruptura, se sentía solo.
Na de breuk voelde hij zich eenzaam.
03
puur, zonder ijs
una bebida alcohólica servida sin hielo ni mezclador
Voorbeelden
¿ Lo quieres solo o con hielo?
Wil je het solo of met ijs ?



























