Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
solo
01
alleen
indica que algo se limita a lo mencionado, sin incluir otra cosa
grammaticale informatie
niet vergelijkbaar
Voorbeelden
Solo quiero un poco de agua.
Alleen wil ik een beetje water.
01
alleen
sin compañía de otras personas
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
el más solo
vergrotende trap
más solo
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
solo
mannelijk meervoud
solos
vrouwelijk enkelvoud
sola
vrouwelijk meervoud
solas
Voorbeelden
Está solo en la oficina.
Hij is alleen op kantoor.
02
eenzaam, alleen
que siente tristeza por la falta de compañía o afecto
Voorbeelden
Se siente solo desde que se mudó.
Hij voelt zich eenzaam sinds hij is verhuisd.
03
puur, zonder ijs
una bebida alcohólica servida sin hielo ni mezclador
Voorbeelden
El hombre pidió su whisky solo.
De man bestelde zijn whisky puur.



























