Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
engañar
[past form: engañé][present form: engaño]
01
bedriegen
hacer creer a alguien algo que no es verdad con intención de aprovecharse
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
engaño
3e persoon enkelvoud
engaña
onvoltooid deelwoord
engañando
onvoltooid verleden tijd
engañé
voltooid deelwoord
engañado
Voorbeelden
¿ Por qué me engañaste?
Waarom heb je me bedrogen ?
02
bedriegen
ser infiel a la pareja sentimental
Voorbeelden
¿ Lo estás engañando con otra persona?
Bedrieg je hem met iemand anders ?



























