Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
intervenir
[past form: intervine][present form: intervengo]
01
deelnemen
participar activamente en una reunión, discusión o competencia
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
intervengo
3e persoon enkelvoud
interviene
onvoltooid deelwoord
interviniendo
onvoltooid verleden tijd
intervine
voltooid deelwoord
intervenido
Voorbeelden
Los estudiantes deben intervenir durante la discusión en clase.
De studenten moeten ingrijpen tijdens de discussie in de klas.
02
ingrijpen
actuar para influir o alterar el desarrollo de una situación
Voorbeelden
El gobierno decidió intervenir en la crisis económica.
De regering besloot in te grijpen in de economische crisis.
03
afluisteren, bewaken
colocar un dispositivo oculto para escuchar o grabar comunicaciones privadas
Voorbeelden
Necesitamos una orden judicial para intervenir esa línea.
We hebben een gerechtelijk bevel nodig om die lijn af te luisteren.



























