pasear
Pronunciation
/pˌaseˈaɾ/

Definitie en betekenis van "pasear"in het Spaans

pasear
01

wandelen

caminar por placer o para descansar
pasear definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
paseo
3e persoon enkelvoud
pasea
onvoltooid deelwoord
paseando
onvoltooid verleden tijd
paseé
voltooid deelwoord
paseado
Voorbeelden
Quiero pasear esta tarde.
Ik wil vanmiddag wandelen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store