Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
pasear
01
wandelen
caminar por placer o para descansar
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
paseo
3e persoon enkelvoud
pasea
onvoltooid deelwoord
paseando
onvoltooid verleden tijd
paseé
voltooid deelwoord
paseado
Voorbeelden
Quiero pasear esta tarde.
Ik wil vanmiddag wandelen.



























