Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
sonar
[past form: soné][present form: sueno]
01
rinkelen
emitir un sonido o ruido
Voorbeelden
La alarma sonó cuando alguien abrió la puerta.
Het alarm ging af toen iemand de deur opende.
Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
rinkelen