Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
girar
[past form: giré][present form: giro]
01
draaien, wentelen
moverse o hacer que algo se mueva alrededor de un punto o eje
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
giro
3e persoon enkelvoud
gira
onvoltooid deelwoord
girando
onvoltooid verleden tijd
giré
voltooid deelwoord
girado
Voorbeelden
Siempre giro el volante suavemente al estacionar.
Ik draai het stuur altijd voorzichtig bij het parkeren.
02
afslaan
cambiar de dirección al moverse, especialmente en una calle o camino
Voorbeelden
Gira en la rotonda y toma la segunda salida.
Draai op de rotonde en neem de tweede afslag.
03
draaien
moverse el cuerpo o la cabeza alrededor de un eje para mirar en otra dirección
Voorbeelden
Cuando escuchó su nombre, giró rápidamente.
Toen ze haar naam hoorde, draaide ze zich snel om.



























