Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
coger
01
nemen, grijpen
agarrar, tomar o llevar algo con la mano o de manera general
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
cojo
3e persoon enkelvoud
coge
onvoltooid deelwoord
cogiendo
onvoltooid verleden tijd
cogí
voltooid deelwoord
cogido
Voorbeelden
¿ Puedes coger la llave que está en la mesa?
Kun je de sleutel die op tafel ligt pakken ?
02
nemen, afslaan
tomar o girar por una calle, camino o ruta específica
Voorbeelden
Siempre cogemos el mismo camino para ir al trabajo.
We nemen altijd dezelfde weg naar het werk.



























