tomar
Pronunciation
/tomˈaɾ/

Definitie en betekenis van "tomar"in het Spaans

01

nemen, drinken

beber o comer algo
tomar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
tomo
3e persoon enkelvoud
toma
onvoltooid deelwoord
tomando
onvoltooid verleden tijd
tomé
voltooid deelwoord
tomado
Voorbeelden
Él tomó una copa de vino en la cena.
Hij dronk een glas wijn tijdens het diner.
02

nemen, gebruiken

subir o usar un medio de transporte
tomar definition and meaning
Voorbeelden
¿ Quieres tomar el tren o el metro?
Wil je de trein of de metro nemen ?
03

grijpen, pakken

agarrar o sujetar algo con la mano
tomar definition and meaning
Voorbeelden
Tomó el teléfono rápidamente.
Hij pakte de telefoon snel.
04

innemen, nemen

ingerir una medicina o sustancia con un fin curativo o preventivo
tomar definition and meaning
Voorbeelden
Ella toma vitaminas todos los días.
Ze neemt elke dag vitamines.
05

inschrijven voor, volgen

inscribirse en una clase o asistir a ella como estudiante
Voorbeelden
Recomiendo tomar esa clase, el profesor es excelente.
Ik raad aan om die les te volgen, de professor is uitstekend.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store