tomar
to
to
to
mar
ˈmaɾ
mar
tocartimar

Definitie en betekenis van "tomar"in het Spaans

01

nemen, drinken

beber o comer algo 
tomar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
tomo
3e persoon enkelvoud
toma
onvoltooid deelwoord
tomando
onvoltooid verleden tijd
tomé
voltooid deelwoord
tomado
Voorbeelden
Voy a tomar un café por la mañana. 

Ik ga 's ochtends een koffie drinken.

02

nemen, gebruiken

subir o usar un medio de transporte 
tomar definition and meaning
Voorbeelden
Voy a tomar el autobús a las ocho. 

Ik ga om acht uur de bus nemen.

03

grijpen, pakken

agarrar o sujetar algo con la mano 
tomar definition and meaning
Voorbeelden
Ella tomó la mano de su hijo. 

Ze pakte de hand van haar zoon.

04

innemen, nemen

ingerir una medicina o sustancia con un fin curativo o preventivo 
tomar definition and meaning
Voorbeelden
Tomo una pastilla cada mañana. 

Ik neem elke ochtend een pil.

05

inschrijven voor, volgen

inscribirse en una clase o asistir a ella como estudiante 
Voorbeelden
Ella toma dos clases de arte a la semana. 

Ze volgt twee kunstlessen per week.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store