duchar
Pronunciation
/dutʃˈaɾse/

Definitie en betekenis van "duchar"in het Spaans

duchar
01

douchen

lavarse el cuerpo usando una ducha
duchar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
ducho
3e persoon enkelvoud
ducha
onvoltooid deelwoord
duchando
onvoltooid verleden tijd
duché
voltooid deelwoord
duchado
Voorbeelden
¿ Te quieres duchar ahora o más tarde?
Wil je je nu of later douchen ?
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store