Zoeken
desayunar
[past form: desayuné][present form: desayuno]
01
ontbijten
tomar la primera comida del día
Voorbeelden
¿ A qué hora sueles desayunar?
Hoe laat ontbijt je meestal?
02
ontbijten
comer algo como primera comida del día
Voorbeelden
¿ Qué vas a desayunar hoy?
Wat ga je vandaag ontbijten?
03
te weten komen, ontdekken
enterarse de una información inesperada
Voorbeelden
Hoy me desayuné con una historia muy curiosa.
Vandaag heb ik ontbeten met een heel merkwaardig verhaal.



























