Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La carta
[gender: feminine]
01
brief
mensaje escrito que se envía a alguien para comunicar algo
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
cartas
Voorbeelden
La carta llegó por correo esta mañana.
De brief kwam vanmorgen met de post aan.
02
menu, kaart
lista o conjunto de platos y bebidas que un restaurante ofrece a sus clientes
Voorbeelden
¿ Puedes traerme la carta, por favor?
Kunt u mij de menukaart brengen, alstublieft?
03
speelkaart
pieza rectangular usada en juegos de naipes o juegos de mesa
Voorbeelden
Mezclamos las cartas antes de empezar.
We schudden de kaarten voordat we beginnen.
04
kaart, plan
representación gráfica de un territorio o espacio
Voorbeelden
La carta del tesoro está enterrada en la isla.
De kaart van de schat is begraven op het eiland.
05
handvest
documento oficial que establece derechos, normas o acuerdos
Voorbeelden
La carta municipal regula el funcionamiento de la ciudad.
De gemeentelijke verordening regelt de werking van de stad.



























