Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La vela
01
kaars, waslicht
objeto de cera con una mecha que se enciende para dar luz
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
velas
Voorbeelden
Encendí una vela porque se fue la luz.
Ik heb een kaars aangestoken omdat de stroom uitviel.
02
zeil
pieza de tela que se usa para atrapar el viento y mover un barco
Voorbeelden
El barco levantó la vela para navegar más rápido.
De boot hees het zeil om sneller te varen.
03
zeilen, zeilsport
deporte o actividad de navegar utilizando la fuerza del viento
Voorbeelden
Le gusta practicar vela en verano.
Hij oefent graag zeilen in de zomer.



























