Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
El viernes
[gender: masculine]
01
vrijdag, vrijdag
día de la semana que viene después del jueves y antes del sábado
Voorbeelden
¿ Qué planes tienes para el viernes?
Wat voor plannen heb je voor vrijdag?
Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
vrijdag, vrijdag