correr
Pronunciation
/kɔrˈɛɾ/

Definitie en betekenis van "correr"in het Spaans

correr
01

rennen

moverse rápidamente usando las piernas, más rápido que caminar
correr definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
corro
3e persoon enkelvoud
corre
onvoltooid deelwoord
corriendo
onvoltooid verleden tijd
corrí
voltooid deelwoord
corrido
Voorbeelden
Los niños corren en el parque después de la escuela.
De kinderen rennen in het park na school.
02

haasten, zich spoeden

moverse rápido para llegar a un lugar o hacer algo pronto
correr definition and meaning
Voorbeelden
Él corre cuando escucha la alarma.
Rent wanneer hij het alarm hoort.
03

trekken, openen

mover una cosa, como una cortina o una puerta, para abrirla o cerrarla
correr definition and meaning
Voorbeelden
Corría la cortina lentamente para no hacer ruido.
Trok het gordijn langzaam om geen lawaai te maken.
04

zich verspreiden, rennen

hacerse público o difundirse entre muchas personas
correr definition and meaning
Voorbeelden
Corrió el chisme en la oficina.
Het gerucht verspreidde zich op kantoor.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store