Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to invent
01
uitvinden, creëren
to make or design something that did not exist before
Transitive: to invent something new
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
invent
3e persoon enkelvoud
invents
onvoltooid deelwoord
inventing
onvoltooid verleden tijd
invented
voltooid deelwoord
invented
Voorbeelden
The inventor spent years working to invent a device that could automate common household tasks.
De uitvinder besteedde jaren aan het werken aan een apparaat dat gewone huishoudelijke taken kon automatiseren.
02
verzinnen, uitvinden
to create something artificial or untrue, often for the purpose of deception or entertainment
Transitive: to invent something untrue
Voorbeelden
They invented a tale to explain the broken vase to their parents.
Ze verzonnen een verhaal om de gebroken vaas aan hun ouders uit te leggen.



























