Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Interval
Voorbeelden
There was a short interval between the two meetings, allowing for a quick break.
Er was een kort interval tussen de twee vergaderingen, wat een snelle pauze mogelijk maakte.
02
interval, tussenruimte
a set of real numbers that includes all the numbers between any two specified numbers within the set
Voorbeelden
A half-open interval ( e, f ], where e and f are real numbers, includes all numbers greater than e and less than or equal to f.
Een halfopen interval (e, f], waarbij e en f reële getallen zijn, omvat alle getallen groter dan e en kleiner dan of gelijk aan f.
03
interval, afstand
the distance between things
04
interval, verschil
a dissimilarity in pitch between two notes
Voorbeelden
To identify intervals, the musician listened carefully to the pitches.
Om intervallen te identificeren, luisterde de muzikant zorgvuldig naar de toonhoogtes.
05
pauze
a short break between different parts of a theatrical or musical performance
Dialect
British
Voorbeelden
The performers used the interval to prepare for the next scene.
De artiesten gebruikten het interval om zich voor te bereiden op de volgende scène.
06
interval
an exercise that makes athletes switch between short, high intensity bursts of activities, each requiring different speeds or amount of effort



























