interval
in
ˈɪn
in
ter
val
vəl
vēl
integralinternal

Definitie en betekenis van "interval"in het Engels

01

interval, pauze

a period of time between two events or moments 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
intervals
Voorbeelden
During the interval between classes, students gathered in the hallway to chat. 

Tijdens het interval tussen de lessen verzamelden de studenten zich in de gang om te kletsen.

02

interval, tussenruimte

a set of real numbers that includes all the numbers between any two specified numbers within the set 
Voorbeelden
The interval (a, b), where a and b are real numbers, represents all numbers between a and b but excludes the endpoints. 

Het interval (a, b), waarbij a en b reële getallen zijn, vertegenwoordigt alle getallen tussen a en b maar sluit de eindpunten uit.

03

interval, afstand

the distance between things 
04

interval, verschil

a dissimilarity in pitch between two notes 
Voorbeelden
The interval between the notes C and E is a major third. 

Het interval tussen de noten C en E is een grote terts.

05

pauze

a short break between different parts of a theatrical or musical performance 
Dialectbritish flagBritish
intermissionamerican flagAmerican
Voorbeelden
The audience enjoyed refreshments during the interval of the play. 

Het publiek genoot van verfrissingen tijdens de pauze van het toneelstuk.

06

interval

an exercise that makes athletes switch between short, high intensity bursts of activities, each requiring different speeds or amount of effort 
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store