to interlock
in
ˌɪn
in
ter
lock
ˈlɒk
lok
antiknockrestockunblocko'clock

Definitie en betekenis van "interlock"in het Engels

to interlock
01

in elkaar grijpen, vergrendelen

to fit or lock together securely, keeping things in a stable or connected position 
Intransitive
to interlock definition and meaning
Voorbeelden
The gears interlock, ensuring the smooth operation of the machinery. 

De tandwielen grijpen in elkaar, wat zorgt voor een soepele werking van de machine.

02

in elkaar grijpen, vergrendelen

to link two or more things securely together 
Transitive: to interlock two or more things
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
interlock
3e persoon enkelvoud
interlocks
onvoltooid deelwoord
interlocking
onvoltooid verleden tijd
interlocked
voltooid deelwoord
interlocked
Voorbeelden
She interlocked her fingers with his as they walked along the beach. 

Ze vervlocht haar vingers met de zijne terwijl ze langs het strand liepen.

01

vergrendeling, in elkaar grijpen

the act of interlocking or meshing 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
interlocks
02

vergrendeling, interlock apparaat

a device that prevents an automotive engine from starting 
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store