Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to intercede
01
bemiddelen, voorspreken
to talk to someone and convince them to help settle an argument or spare someone from punishment
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
intercede
3e persoon enkelvoud
intercedes
onvoltooid deelwoord
interceding
onvoltooid verleden tijd
interceded
voltooid deelwoord
interceded
Voorbeelden
She decided to intercede on behalf of her friend and spoke to the school administration about the unfair treatment.
Ze besloot namens haar vriendin te bemiddelen en sprak met de schoolleiding over de oneerlijke behandeling.



























