Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to imagine
01
zich voorstellen, verbeelden
to make or have an image of something in our mind
Transitive: to imagine sth
Ditransitive: to imagine oneself doing sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
imagine
3e persoon enkelvoud
imagines
onvoltooid deelwoord
imagining
onvoltooid verleden tijd
imagined
voltooid deelwoord
imagined
Voorbeelden
Close your eyes and imagine a beautiful sunset over the ocean.
Sluit je ogen en stel je een prachtige zonsondergang over de oceaan voor.
02
zich voorstellen, vermoeden
to suppose or guess something without concrete evidence
Transitive: to imagine that | to imagine sth
Voorbeelden
We can only imagine how much effort went into organizing this event.
We kunnen ons alleen maar voorstellen hoeveel moeite het heeft gekost om dit evenement te organiseren.
Lexicale Boom
imaginable
imagination
imaginative
imagine



























