Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
varken, big
a domestic pig that is kept for its meat
Dialect
American
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
dier
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
hogs
Voorbeelden
The children laughed as the playful hog rolled in the mud.
De kinderen lachten terwijl het speelse varken in de modder rolde.
02
vreetzak, egoïst
a person who is excessively greedy or selfish
Voorbeelden
The boss called out the hogs who took more than their share.
De baas riep de varkens ter verantwoording die meer dan hun deel namen.
03
lam, jong schaap
a young sheep, less than one year old
Voorbeelden
Hogs are weaned from their mothers at a few months old.
Lammeren worden met een paar maanden oud gespeend van hun moeders.
to hog
01
toe-eigenen, monopoliseren
to take or use something selfishly or greedily
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
hog
3e persoon enkelvoud
hogs
onvoltooid deelwoord
hogging
onvoltooid verleden tijd
hogged
voltooid deelwoord
hogged
Voorbeelden
Do n't hog the remote; let others choose a show.
Monopoliseer de afstandsbediening niet; laat anderen een programma kiezen.
Lexicale Boom
hoggish
hog



























