apostle
a
ə
ē
po
ˈpɑ
paa
stle
səl
sēl
/ɐpˈɒsə‍l/

Definitie en betekenis van "apostle"in het Engels

01

apostel

any one of the twelve disciples of Jesus
Voorbeelden
James the Greater, brother of John, was one of the first apostles called by Jesus and later became a prominent figure in the early Christian community.
Jakobus de Meerdere, broer van Johannes, was een van de eerste apostelen die door Jezus werd geroepen en werd later een prominente figuur in de vroege christelijke gemeenschap.
02

apostel, apostel

an important early teacher of Christianity
Voorbeelden
Each apostle carried letters and teachings to distant communities.
Elke apostel droeg brieven en leringen naar verre gemeenschappen.
03

apostel, enthousiaste voorstander

an enthusiastic early supporter or promoter of a cause or movement
Voorbeelden
She became an apostle of education, founding schools in rural areas.
Ze werd een apostel van onderwijs, door scholen op te richten in landelijke gebieden.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store