hearing
hea
ˈhɪ
hi
ring
rɪng
ring
/ˈhɪərɪŋ/

Definitie en betekenis van "hearing"in het Engels

01

gehoor

the ability to hear voices or sounds through the ears
hearing definition and meaning
Voorbeelden
The audiologist conducted a hearing test to assess the patient's auditory sensitivity.
De audioloog voerde een gehoortest uit om de gehoorgevoeligheid van de patiënt te beoordelen.
02

hoorzitting, zitting

(law) an official gathering in a court of law, especially without the presence of the jury, to find out information about a case and listen to evidence
Voorbeelden
During the evidentiary hearing, the prosecution presented forensic evidence to support their case.
Tijdens de hoorzitting over het bewijs presenteerde het openbaar ministerie forensisch bewijs om hun zaak te ondersteunen.
03

hoorzitting, auditie

an occasion or opportunity to present one's views and be listened to
Voorbeelden
The manager gave him a hearing despite the short notice.
De manager verleende hem een hoorzitting ondanks de korte kennisgeving.
04

hoorafstand, hoorbereik

the distance or area within which sound, especially a voice, can be perceived
Voorbeelden
Stay within hearing in case I call you.
Blijf binnen gehoorafstand voor het geval ik je roep.
05

luisteren, horen

the act of paying attention to or listening closely to sound or speech
Voorbeelden
She refused to give the idea any hearing at all.
Ze weigerde het idee enige aanhorigheid te geven.
01

hoorbaar, horend

able to detect or perceive sound
Voorbeelden
The hearing members of the group translated for those who signed.
De horende leden van de groep vertaalden voor degenen die tekenden.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store