front door
Pronunciation
/ˈfrʌnt ˌdɔr/

Definitie en betekenis van "front door"in het Engels

01

voordeur, hoofdingang

the main entrance to a person's house
front door definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
front doors
Voorbeelden
The family gathered on the porch swing near the front door, enjoying the cool breeze on a summer evening.
De familie verzamelde zich op de schommel op de veranda bij de voordeur, genietend van de koele bries op een zomeravond.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store