Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Front door
01
voordeur, hoofdingang
the main entrance to a person's house
Voorbeelden
The family gathered on the porch swing near the front door, enjoying the cool breeze on a summer evening.
De familie verzamelde zich op de schommel op de veranda bij de voordeur, genietend van de koele bries op een zomeravond.



























