anger
an
ˈæn
ān
ger
algeraugeranserangler

Definitie en betekenis van "anger"in het Engels

01

woede, toorn

a strong feeling that we have when something bad has happened, so we might be unkind to someone or harm them 
anger definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
meervoudsvorm
angers
Voorbeelden
His anger flared up when he discovered that his car had been vandalized. 

Zijn woede laaide op toen hij ontdekte dat zijn auto was vernield.

02

woede, toorn

the state of being angry 
03

woede, toorn

belligerence aroused by a real or supposed wrong (personified as one of the deadly sins) 
to anger
01

boos maken, ergeren

to make a person feel angry 
Transitive: to anger sb
to anger definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
anger
3e persoon enkelvoud
angers
onvoltooid deelwoord
angering
onvoltooid verleden tijd
angered
voltooid deelwoord
angered
Voorbeelden
His constant teasing about her appearance angered her. 

Zijn constante plagen over haar uiterlijk maakte haar boos.

02

boos worden, kwaad worden

to begin feeling or showing anger 
Intransitive
to anger definition and meaning
Voorbeelden
She started to anger when she heard the unfair decision. 

Ze begon boos te worden toen ze het oneerlijke besluit hoorde.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store