Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
woede, toorn
a strong feeling that we have when something bad has happened, so we might be unkind to someone or harm them
Voorbeelden
The teacher 's anger was evident when she found out about the students' misbehavior.
De woede van de leraar was duidelijk toen ze hoorde over het wangedrag van de studenten.
02
woede, toorn
the state of being angry
03
woede, toorn
belligerence aroused by a real or supposed wrong (personified as one of the deadly sins)
to anger
01
boos maken, ergeren
to make a person feel angry
Transitive: to anger sb
Voorbeelden
His disrespectful behavior is angering his parents.
Zijn respectloze gedrag ergert zijn ouders.
02
boos worden, kwaad worden
to begin feeling or showing anger
Intransitive
Voorbeelden
The unfair accusations caused him to anger visibly.
De oneerlijke beschuldigingen maakten hem zichtbaar kwaad.



























