Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to frighten
01
bang maken, schrik aanjagen
to cause a person or animal to feel scared
Transitive: to frighten a person or animal
Voorbeelden
The news of the approaching storm frightened the residents, who quickly prepared for evacuation.
Het nieuws van de naderende storm beangstigde de bewoners, die zich snel voorbereidden op evacuatie.
02
bang maken, beangstigen
to feel worried or scared
Intransitive
Voorbeelden
Some people frighten during horror movies.
Sommige mensen schrikken tijdens horrorfilms.
Lexicale Boom
frightened
frightening
frighten



























